Het was eruit voor ik het wist en terwijl ik het zei dacht ik aan alle goeie dingen die 2014 al had voortgebracht. Ik had meteen een aardig lijstje klaar, met vele leuke uitstapjes, etentjes, weekendjes weg en uiteraard op kop de geboorte van nichtje Lize.
Ik was gefrustreerd. Na maandenlang sukkelen had ik hulp gezocht bij een chiropractor en het leek alsof ik eindelijk verlost zou raken van m'n rugpijn. En toen kreeg ik 'last' van m'n maag..
We zijn intussen een dikke maand verder en met m'n maag blijkt helemaal niets mis te zijn. De pijn die ik voel in mijn buik, is afkomstig van mijn lever. De vlekken op mijn lever blijken uitzaaiingen van de tumor op m'n alvleesklier en ook m'n longen zijn reeds aangetast.
Alvleesklierkanker of pancreascarcinoom, is een minder vaak voorkomende vorm van kanker. Alvleesklierkanker komt bij mannen tweemaal zo vaak voor als bij vrouwen en maakt ca. 5 % uit van alle gevallen van carcinoom.
Aanvankelijk treden de verschijnselen slechts langzaam op. Verlies van eetlust, gewichtsverlies en stoornissen in de spijsvertering zijn de belangrijkste verschijnselen. De aandoening geeft meestal pas in een zeer laat stadium symptomen (...), waardoor genezing op het moment dat de diagnose wordt gesteld nog maar zelden mogelijk is. De kans dat een patiënt na een jaar nog leeft is 25%. |bron: Wikipedia|
"Niet opzoeken op internet", zei de oncoloog.
Exact twee weken geleden zakte de wereld onder m'n voeten weg.
Vorige week startte ik met de chemotherapie.
Vandaag probeer ik onder woorden te brengen hoe ik me voel. Alleen komen de feiten en statistiekjes iets vlotter uit m'n pen.
Ik heb de eerste chemokuur goed doorstaan, denk ik. Ja, ik was mottig. Ja, ik had geen energie. Ik deed een reactie op één van de drie soorten chemo die ik moet krijgen waardoor ik tintelingen en zenuwtrekjes kreeg in al m'n spieren. Zo'n vijf uur lang.
M'n eetlust was weg, de pijnstillers maakten me misselijk en ik heb de laatste drie dagen meer bloedneuzen gehad dan de 30 jaar ervoor.
Maar vandaag schijnt de zon. Ik heb mijn soep gedronken op een stoel, aan de tafel, in plaats van onderuit in de zetel. Ik heb een boekje gelezen, zonder in slaap te vallen. En toen ze van het ziekenhuis belden om te horen hoe het met me ging, kon ik gemeend "goed" zeggen.
Er komt rust in m'n hoofd. Er was wanhoop, en er is nóg wanhoop. Maar er is ook hoop. Er is altijd hoop. Er is geloven dat het goed komt, dat ik er één ben die wel tot die 25% behoor.
Het alternatief is geen optie.
























