Uitslapen. De afwas van gisteren wegwerken, een rondje rommel wegmoffelen. Patatjes schillen, of nee, beter snel pasta koken. Eten. Afwassen. De auto in, boodschappen doen. Diepvriesgerief. Vlug terug naar huis. Alles in de vriezer proppen. Net gepast.
De auto in, shoppen. Snel parking zoeken. Nog parking zoeken. Rondje rijden. Parkeren. Snel daar de winkel, want het regent en mijn haar gaat misschien al niet meer af, maar stel je voor dat het nat wordt zeg.
Winkelen. Het Lief laten passen. Commentaar geven. Betalen. Snel naar de volgende winkel. Het Lief laten passen. Commentaar geven. Nog een beetje commentaar geven. Betalen. Op naar de volgende winkel.
Kijk, bloemetjes. Kleurrijke bloemetjes, mooie bloemetjes, bloemetjes die lekker ruiken. Bloemenwinkel binnen stappen. Rondkijken. Kiezen. Beetje babbelen, beetje lachen, betalen.
Wandelen. Leuke winkel binnenstappen. Oei, veel volk. Niets van aantrekken. Beetje rondkuieren. Lief horen zuchten. Negeren. Beetje snuisteren. Beetje passen, beetje babbelen, beetje twijfelen. Nog passen. Niet meer twijfelen. Babbelen, lachen, betalen.
Rondkuieren. Naar huis gaan. Kopje koffie drinken.
Weekend, dat is altijd een beetje aanpassen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten